Bel ons voor info 0294 - 74 50 70

Nieuws item

“Helderheid en de juiste kaders zijn nodig voor een succesvolle waterstoftransitie”

In gesprek met Mark Oosterveer, commissie Afname bij NLHydrogen


Hoe kan - en moet - de Nederlandse industrie het verschil maken in de productie en opslag van waterstof?  En wat is daarvoor nú nodig? Mark Oosterveer, programma coördinator van de commissie Afname bij NLHydrogen licht de visie van de waterstof-branchevereniging toe.

“Als we richting 2050 energieneutraal willen zijn en strategisch autonoom willen worden, dan moeten we volgens scenario’s – onder meer geschetst in de systeemstudie De waarde van waterstof voor Nederland van CE Delft – rekening houden met minstens 300PJ aan waterstof. Dat betekent dat opschaling nodig is in de volle breedte: aan de vraag- en aanbodzijde, maar ook qua opslag en transport”, stelt Oosterveer.

Opschaling alleen is niet voldoende. “Naast groei is integratie en verbinding nodig zodat we het maximale uit een waterstofeconomie kunnen halen.”

De kostprijs van groene waterstof is vooralsnog hoog wat de snelle uitrol van capaciteit enigszins in de weg zit. "Om in 2050 klimaatneutraal te zijn is groene waterstof (geproduceerd met groene stroom) essentieel, maar tot die tijd kan blauwe waterstof (geproduceerd vanuit aardgas, waarbij de CO2 wordt opgeslagen) zorgen voor een kickstart van de waterstofmarkt. Deze vorm van waterstof is op dit moment een stuk goedkoper en leidt al tot minimaal 70% CO2-reductie.


Opschaling is nodig in de volle breedte: aan de vraag- en aanbodzijde, maar ook qua opslag en transport.

Helderheid en een consistent langetermijnbeleid

Daarnaast zijn helderheid, een consistent langetermijnbeleid en investeringszekerheid essentieel, vervolgt Oosterveer. “Bedrijven zijn minder geneigd grote investeringen te doen als de horizon zich beperkt tot drie of vijf jaar, als onzeker is of vraag en aanbod in balans zijn en als garanties ontbreken voor verbinding en integratie. Een voorbeeld. In Lelystad kan de Maxima-centrale, na recente investeringen, tot 50% waterstof inzetten als CO2-vrije brandstof, maar vooralsnog is waterstof niet beschikbaar én ontbreekt de benodigde infrastructuur. Aansluiting op de landelijke waterstofbackbone is onmiskenbaar een belangrijke randvoorwaarde. We kennen de puzzelstukjes, maar de puzzel moet nog wel worden gelegd. Daarom is een rechtlijnig beleid en zijn heldere kaders nodig die ervoor zorgen dat de hele keten vooruitgang boekt.”

Europees beleid draagt daaraan zeker bij. “Nederland is erg ambitieus en vooruitstrevend. Tegelijkertijd merken we dat de ons omringende landen de Europese wet- en regelgeving soms anders in in uitvoering brengen waardoor ze bijvoorbeeld sterker inzetten op de raffinageroute. Daardoor wordt de groei in de volle breedte niet overal in Europa op dezelfde manier ingezet. Ook daar zou aandacht aan moeten worden besteed.”

Vraagcreatie

Vraagcreatie is eveneens een belangrijk topic. “Als je er bijvoorbeeld voor kunt zorgen dat Europese auto’s verplicht een percentage groen staal moeten gebruiken, dan zal de prijs voor de consument slechts minimaal stijgen. De impact aan het begin van de keten is echter gigantisch door de enorme volumes.”

Subsides

Ook subsidies zijn een belangrijk onderdeel van een succesvolle waterstoftransitie. “Er is bijvoorbeeld een nieuwe subsidie die de ontwikkeling van energiehubs met waterstof (OWE-waterstofhubs) aanmoedigt. Met subsidies kun je de risico’s verkleinen en gelijktijdig opschalen.”

Nederland

Nederland is hét land bij uitstek voor waterstofproductie- en opslag. “We liggen op een goede locatie met toegang tot energie uit offshore windparken, goede verbindingen met het achterland en we hebben mogelijkheden om energie op te slaan in gasvelden en lege zoutcavernes. We beschikken over kennisinstellingen die hun bijdrage kunnen leveren aan standaardisering, veiligheid en technologie-ontwikkeling voor opslag en opschaling.  Daarnaast blinkt Nederland uit in ondernemerschap en hebben we hoge ambities om een waterstofeconomie te realiseren. Wel is ketenregie nodig om coördinatieproblemen te doorbreken. Iedereen heeft elkaar nodig terwijl niemand volledig afhankelijk wil zijn van andere partijen.”

Pioniers

Nederland heeft alvast een aantal pioniers waarvan we veel kunnen leren. “Een mooi voorbeeld is Shell’s elektrolyser Holland Hydrogen1. Het grote voordeel is dat het concern een eigen keten heeft. Via de tweede Maasvlakte kunnen ze van de duurzame windenergie met hun elektrolyser waterstof maken die ze via de al gerealiseerde waterstofbackbone naar hun raffinaderij kunnen transporteren.”

“Een ander mooi project is Grohw (Green Oxygen Hydrogen and Wasteheat). Een consortium van bedrijven werkt aan een open, groene waterstofketen/waterstofhub. Naar verwachting zal eind 2026 het eerste deel van een lokaal waterstofnetwerk gereed zijn zodat ook andere bedrijven in de omgeving er gebruik van kunnen maken (link). Dergelijke initiatieven laten zien wat er mogelijk is.”

Toekomst

“Een waterstofeconomie realiseren is een bijzondere puzzel, maar de verwachting is dat we deze de komende tijd samen zullen leggen”, besluit Oosterveer. “Over tien jaar zullen er wellicht veel meer lokale waterstofhubs zijn gerealiseerd.  Daarmee komt ook de (waterstof)mobiliteit goed op gang. De industrie zal dan wellicht ook gebruik kunnen maken van de Delta Rhine Corridor (DCR). Daarmee komen hopelijk ketens op gang in en rond de industrieclusters. We merken dat geleidelijk aan steeds meer in beweging komt. Als we met z’n allen samenwerken, kunnen we veel realiseren.”

Ga terug